Hoe gezond is jouw bodem? Doe de sokkenproef!
In 2025 staat A Rocha stil bij het thema ‘Bodem’. Wat kan de bodem ons leren? En hoe kunnen wij er op een duurzame manier mee omgaan? Elke maand publiceren we een blog waarin verschillende schrijvers iets delen over dit veelzijdige thema. Deze maand vertelt Petra over Crofton over de sokkenproef. Hoe gezond is jouw bodem?
Een goede bodemkwaliteit is heel belangrijk voor zowel planten als beestjes (biodiversiteit), de opname van broeikasgassen, maar ook voor wateropslag en een geslaagde moestuin. En: hoe meer bodemleven, des te beter de structuur van de grond. Dit is goed voor zowel de waterhuishouding als de stabiliteit van gebouwen. Een gezonde bodem betekent namelijk dat de grond niet inklinkt en huizen en wegen minder snel verzakken of overstromen.
De vraag is: is jouw bodem gezond of zit er soms een luchtje aan? Test het met de sokkenproef!

Doe de proef!
Je hebt nodig:
- Een paar katoenen sokken (of een zakdoek, hemd of iets dergelijks), dat je in tweeën knipt.
- Twee stukjes bodem waar je mag graven – bijvoorbeeld in je (moes)tuin.
Let wel: zorg dat je testmateriaal van ongebleekt katoen is. We gaan testen hoeveel hongerige beestjes er in de bodem zitten en dat kan alleen als we katoen gebruiken. Katoen bevat namelijk cellulose: een lekkernij voor duizendpoten, wormen, pissebedden en zelfs schimmels en bacteriën. Ofwel: alle nuttige bodembewoners. Van nylon en polyester moeten ze niets hebben, dus check waar je sokken van gemaakt zijn! 😉
Methode:
Stap 1 – Kies je testbodem: een plek waar je denkt dat er veel bodemleven is, en een ander plekje waar waarschijnlijk minder diertjes en schimmels zitten.
Stap 2 – Graaf een gat van 20 centimeter, leg daar je katoenen sok in en strooi de opgegraven aarde netjes terug. Markeer de plekjes met een metalen of houten stokje dat je goed de grond in duwt.
Stap 3 – Wacht 6 tot 9 weken en graaf je kledingstuk dan weer op.
Stap 4 – Wat zie je? Vergelijk de hoeveelheid opgevreten katoen (‘slijtage’) op beide plekken en kijk ook eens (met een loepje en zoekkaart) wat er in de stukjes bodem leeft. Wat valt je op? Hoe minder er van je sokken of hemdje over is, des te beter de grond!
Stap 5 – Hoe kun je een ‘lege’, dooie bodem nieuw leven inblazen? Nou, laat allereerst je bladafval lekker liggen, want daarmee verrijk je je bodem. Je kunt ook wat koffieprut (of zelfgemaakt gft-compost) op de bodem strooien, want daar zijn bodembeestjes dol op. En: hoe minder de bodem verstoord wordt door bijvoorbeeld ploegen en graven, des te beter schimmels en bodemdiertjes zich kunnen vestigen.
Je eigen mini-ecosysteem
Zodra je bodem gezonder is gaat het ook beter met ander leven: planten, bomen, vogels en andere insecteneters! Zo bouw je je eigen mini-ecosysteem in de tuin en draag je bij aan klimaatverbetering. En als je je gezonde bodem als moestuintje gebruikt, dan levert het ook nog eens meer groente en fruit op. Succes, en veel plezier!
Wist je dat…
Gezonde bodems met plantenwortels slaan veel CO₂ op. Hoe meer plantendiversiteit, hoe meer opslag.
Er zijn bodems die ‘arm’ aan voedingsstoffen zijn (‘schrale bodems’), zoals duinzand en rotsbodems. Deze bodems barsten de plantensoorten en het is belangrijk om dit zo te houden; compost toevoegen verpest hier juist de biodiversiteit.

Petra Crofton schrijft kinderboeken en lesmateriaal over natuur, wetenschap en geloof – waaronder Het geheime dagboek van eco-girl Christi.
De schimmels komen!
“Hé Anita, kijk hier eens: wat een gaaf paddenstoeltje staat hier onder deze struik.” We gaan op onze hurken zitten en verwonderen ons samen over het kleine grijze paddenstoeltje met op zijn hoed witte sliertjes, die op kant lijken.

Het is heerlijk om doelloos en traag door het VoedselBos te lopen en steeds meer oog te krijgen voor alle toffe details die je dan opeens opvallen. De knalroze kleine bloemetjes van de kardinaalsmuts bijvoorbeeld, die in de herfst nog eigenwijs aan de takken hangen en kleur geven aan een kaal wordend landschap.
Een berichtje op Insta met wat paddenstoelenfoto’s levert een reactie van onze landschapsarchitect die het voedselbos ontworpen heeft, op: “Ha de schimmels komen! Gaat het goed?”
Ja, inderdaad de schimmels komen. Er zijn nu, na 2,5 jaar bomen planten en de bodem voeden, al veel meer verschillende paddenstoelen te zien. Goed nieuws dus. “Door verzuring, overbemesting en verdroging”, zo las ik laatst, “is de populatie paddenstoelen sterk achteruitgegaan.”
Veel mensen houden niet van paddenstoelen in hun tuin of in het gazon. Toch is het juist een teken dat de schimmels onder de grond goed gedijen en je een actief bodemleven hebt. Paddenstoelen vormen een sleutelrol in veel ecosystemen – en zeker in bossen.
In ons VoedselBos voeden we de bodem actief. Bijvoorbeeld met houtsnippers, bladcompost, wormenmest en brandnetelgier. Ook planten we pioniersbomen naast de voedselbosbomen en -struiken. De wortels van de bomen en struiken gaan een samenwerkingsverband aan met de schimmels. Via de schimmeldraden worden voedingsstoffen uitgewisseld. De plantenwortels geven de schimmeldraden suikers en krijgen moeilijk bereikbare stoffen zoals fosfor, zink, stikstof en kalium terug. Dit komt ten goede aan de gezondheid van de boom. Het bodemleven bestaat, naast schimmels, uit nog ongelooflijk veel meer leven; van nematoden en protozoa tot de meer bekende wormen en pissebedden. En ja, we stappen steeds regelmatiger ook over molshopen heen.
We moeten af van de aangeharkte tuinen zonder bladeren, paddenstoelen, rommelhoekjes en molshopen. En als je dan doelloos en traag een rondje door je tuin maakt, zal je verrast zijn wat een moois je ziet. Gemaakt om van te genieten.

Anita Bos en Dorine Heij zijn in juni 2022 in het Oost-Groningse Bellingwolde gaan wonen op een perceel van 1,2 hectare, om een VoedselBos aan te planten. Ze hebben Stichting De Pelgrim VoedselBos & BoerderHeij opgericht met als doel handen en voeten te geven aan de opdracht van God om te zorgen voor de schepping, met oog voor schoonheid, voor harmonie, voor creativiteit, voor alle leven, voor een goede bodem, voor ruimte en voedsel voor mens en dier. En anderen te laten zien en ervaren dat voedselproductie mogelijk, haalbaar en lekker is uit een voedselbos.



