De bodem is de basis onder onze samenleving. Een onmisbare bondgenoot voor de teelt van onze gewassen en het filteren van drinkwater. Een belangrijke buffer voor de opslag van CO2 en het opvangen van de effecten van klimaatverandering. En ook het onderkomen van een duizelingwekkende hoeveelheid organismen, het bodemvoedselweb.
In dit artikel gaan we ‘tot op de bodem’ en nog net iets dieper.
Dé bodem bestaat natuurlijk niet. Het aardoppervlak bestaat uit verschillende soorten bodem en elk bodemtype heeft zijn eigen unieke eigenschappen. Plantensoorten die goed op zand groeien doen het, bijvoorbeeld, vaak veel minder goed op klei. En dan heb je ook nog silt-, veen-, kalk- en leembodems. Deze bodems ontstaan vooral door de verwering van gesteentes. Voeg daarbij wat gecomposteerd plantenmateriaal – humus – en het samenspel van bacteriën, schimmels en ander bodemleven, en dan heb je na heel lang wachten de bodem.
Vaste grond onder onze voeten? Nou nee, een gezonde bodem zit vol met spleten en poriën, gemiddeld genomen 40 tot 60 procent van het grondvolume. Die ruimte is nodig voor water en lucht, en zodat plantenwortels zich een weg kunnen banen en er talloze dieren kunnen leven.
Want in de bodem leeft een onvoorstelbare hoeveelheid organismen. We kennen vast wel de wormen, mollen, muizen, duizendpoten, miljoenpoten, mieren en pissebedden. En dan heb je nog aaltjes, bacteriën, mijten, springstaarten, tal van microben en de zeer fijn vertakte draden van schimmels – het mycelium – die vaak in symbiose met plantenwortels leven – de mycorrhiza. Al met al bevat een eetlepel aarde meer levende wezens dan er mensen op aarde zijn!
Zorg voor de
bodem is zorg
voor de toekomst.
In natuurlijke omstandigheden leven deze bodem-organismen, net als al het leven in een tropisch regenwoud, in een subtiel evenwicht met elkaar. Dit ondergrondse evenwicht voorkomt dat er ziekten en plagen gaan overheersen, en vormt dus een buffer voor de gezondheid van de bodem. Ook is de bodembiodiversiteit onmisbaar voor de kringloop van nutriënten (voedingsstoffen) waar planten van leven, kortom: de bodemvruchtbaarheid. De ondergrondse biodiversiteit is dus de basis voor het leven bovengronds. Daarmee is de bodem een onmisbare bondgenoot voor onze voedselvoorziening.
Maar dat niet alleen, de bodem is ook van groot belang voor het zuiveren en opslaan van water en het binden van CO2. Een gezondere bodem is, bijvoorbeeld, beter in het bufferen van zowel extreme droogte als extreme regenval, en dus ook een belangrijke bondgenoot in het opvangen van klimaatextremen.
Goed beheer van de bodem is daarom van groot belang. Ze wordt niet voor niets ‘de groene motor’ van het milieu genoemd. Maar duurzaam bodembeheer is juist waar het nog al eens tekort schiet. De bodem is lange tijd gezien als een substraat dat je door middel van intensief ingrijpen – zoals met kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen – volop naar je hand kan zetten. Met alle gevolgen van dien: veel bodems zijn uitgeput of in onbalans en het bodemleven is ernstig verstoord. Het wordt meer en meer duidelijker dat de bodem een dynamisch én kwetsbaar ecosysteem is. De bodem is dus niet zozeer maakbaar, maar verdient een aanpak waarin zorg centraal staat. Zorg voor de bodem is zorg voor de toekomst.