Vleermuizen: eng of nuttig?

Een warme zomeravond, op het terras in je tuin of wandelend over straat; opeens schiet er wat over je heen. ‘Huh? Wat was dat?’ ‘Een vogel kan niet’, denk je bij jezelf. ‘Daar is het te donker voor’.

Wellicht dat je dit herkent. De kans is groot dat het een vleermuis was. Oef, schrik!? Dat is niet nodig. Vleermuizen oriënteren zich met een signaal die ze uitstoten met hun snuit, weerkaatst wordt door voorwerpen in hun omgeving en ze weer opvangen met hun oren. Vleermuizen kijken zo als het ware met hun oren, met een duur woord ‘echolocatie’ genoemd. De kans dat een vleermuis tegen je aanvliegt is zeer klein. Door de echolocatie weten ze precies waar voorwerpen (onder andere voedsel) zich bevinden.

De gewone grootoorvleermuis zoekt graag een plekje binnen. Foto: D. Tuitert

Vleermuizen worden actief rond de avondschemering en verlaten dan hun verblijfplaats om op zoek te gaan naar eten rond bomen of boven water (foerageren genoemd) . Per nacht kan een vleermuis zo’n 300 muggen, motjes en kevertjes eten. Ter illustratie: één watervleermuis kan in een periode van vijf maanden ruim 40.000 muggen eten. Zo houden ze zichzelf in leven en helpen ze ons (mensen) mooi mee aan het krijgen van minder muggenbulten. Daarnaast dragen vleermuizen bij aan het verminderen van het aantal insecten die voor schade aan landbouw en bosbouw kunnen zorgen.

Rond de ochtendschemering zoeken vleermuizen hun verblijfplaats weer op om (op de kop!) te gaan rusten en slapen. Deze verblijfplaatsen zijn warme droge plekken in bijvoorbeeld boomholten, spouwmuren, onder dakpannen of op kerkzolders.

Op kerkzolders zijn in principe alle zeventien in Nederland voorkomende vleermuissoorten te verwachten. Echter een aantal soorten zijn typische zolderbewoners. Waaronder: laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en gewone dwergvleermuis.

Franjestaart overwintert in oude steenfabriek. Foto: J. Veldkamp

Andere geschikte verblijfplaatsen in en rond kerken zijn onder andere: de spouwmuur, onder de dakpannen, achter boeiboorden en boomholten. Daarnaast is het belangrijk dat deze verblijfplaatsen toegankelijk zijn. Bijvoorbeeld via een stootvoeg of overstekende dakpannen. Niet alle kerkgebouwen zullen in de huidige staat geschikt zijn voor vleermuizen. In sommige situaties kan een kerkgebouw geschikt gemaakt worden. In andere situaties is alleen het ophangen van vleermuiskasten een optie. Omdat elke situatie anders is, is hier geen pasklare oplossing voor. Het aanbrengen of realiseren van verblijfplaatsen kan op verschillende manieren. Onderstaand een aantal mogelijkheden:

  • In nieuwbouw spouwmuur geschikt maken of kasten in metselen
  • Aan bestaande bouw of bomen kasten ophangen
  • Plaatsen van boeiborden aan bebouwing
  • Dak geschikt of toegankelijk maken

Daarnaast is het voor vleermuizen belangrijk dat verblijfplaatsen en foerageerlocaties (zoals bomen waar insecten rondvliegen) niet tot zo min mogelijk worden verlicht.

Vleermuizen in de kerk

Vleermuizen zijn dus nuttige en ook bijzondere dieren, die graag beschutting zoeken in (kerk)gebouwen. Wilt u ruimte maken voor vleermuizen in uw kerkgebouw? Neem dan contact met ons op via het contactformulier, of stuur een mailtje naar hartvoordeschepping@arocha.org. U kunt ook de EKO-scan invullen voor een uitgebreid advies over kansen voor natuur in en rond het kerkgebouw.

Meer weten?

Tekst: Janneke Lindenholz

A Rocha inspiratieweekend op 29/30 juni 10 mei 2019
Heruitgave Het groene hart van het geloof 10 mei 2019
A Rocha nieuws
Fietstocht levert adviezen op voor groenere kerktuinen 6 mei 2019
Collegedag Ecologische Gerechtigheid – met Dave Bookless 28 maart 2019